21 August 2006

Operatie Insect

Op de tegels in de hal zat een erg grote vlieg. Véél groter dan een mug, zeg maar twee keer een forse bromvlieg. Hij zat (stond?) veel te stil voor een vlieg, dus ik dacht: laat ik hem maar naar buiten brengen, dan kunnen we eens goed zien wat er aan scheelt. Toen ik hem daar probeerde te laten vliegen, dwarrelde hij nogal onbestuurbaar naar de grond. Het bleek dat het achterste stukje van één van zijn vleugels afgebroken was. Het leek me dat hij daar niks van heeft gevoeld, er zit vast helemaal geen gevoel in die vleugels, maar hij kon er niet meer mee vliegen.

Dat vond ik heel jammer, maar wat kun je daar aan doen? Ik zette de vlieg (na een paar foto's gemaakt te hebben natuurlijk, zo vaak kom je tenslotte niet oog in oog met zo'n enorm exemplaar) buiten op het terras. Daar zou hij dan rustig kunnen rondwandelen, totdat..... hmm.
Totdat er iemand -waarschijnlijk ik zelf- op zou stappen? Totdat hij van de honger zou omkomen? Het zat me toch helemaal niet lekker. Of zou ik hem direct uit zijn lijden moeten verlossen?
Opeens kreeg ik een mooi idee. Ik pakte de scherpste schaar die ik kon vinden, sloop voorzichtig naar de vlieg en knipte ook een klein stukje van zijn andere vleugel af.
Hij keek even om zich heen, en vloog toen met een sierlijke boog naar de struiken bij de schutting.

Uit: 'Waargebeurde Verhalen', Rutger Hiemstra 2006

3 comments:

David said...

wonderlijk.
ik hou ook altijd van symmetrie.

Anonymous said...

ha geweldig verhaal!

rutger said...

thanks Eelke!
ik had ook echt het gevoeld dat ik een goede daad had gedaan.
die vlieg zal de komende dagen wel vermoeide schouders hebben door zijn kortere vleugels.